Overdrukventiel

Een overdrukventiel opent automatisch als het drukverschil tussen in- en uitgang boven een ingestelde (veilige) waarde komt. Het wordt vaak gebruikt ter bescherming van een systeem dat onder bepaalde omstandigheden door de druk aan de binnenzijde zouden kunnen openbarsten of -breken.

De veiligheidseisen met betrekking tot drukapparatuur zijn in Europa geregeld door de PED-richtlijn en de richtlijn m.b.t. drukvaten van eenvoudige vorm.

Een veiligheidsventiel dat aangebracht is in een cv of sanitaire-installatie noemt men doorgaans overstortventiel. De veer die de klep gesloten houdt is afgesteld op een druk van 3 a 4 bar. Als de druk om welke reden dan ook boven deze druk oploopt zal een hoeveelheid water worden geloosd. Water dat wordt verwarmd, zet uit: bij verwarming van 10 tot 85 °C zo`n 3%. Volume- en drukveranderingen worden in eerste instantie opgevangen door een in de installatie aangebracht expansievat, raakt dit echter defect dan kan het toch gebeuren dat de druk te hoog oploopt. Voordat dit gebeurt, treedt het overstortventiel in werking.